Dagblad de Gelderlander besteedt momenteel in een reeks wekelijkse interviews aandacht aan de historische verenigingen in de Betuwe. Een goede zaak voor de betreffende verenigingen en helemaal passend in de doelstelling van een krant die 'human interest' op regionaal niveau hoog in het vaandel heeft staan. Maar dan moeten de feiten wel kloppen en moet recht gedaan worden aan de inspanningen van de vele vrijwilligers die in die verenigingen actief zijn. En daar schort het naar mijn gevoel bij De Gelderlander aan.

Op 5 juni 2013 zou ik worden geïnterviewd door een journalist van De Gelderlander. Daags tevoren belde deze af omdat hij grieperig was, met het verzoek om het gesprek een dag uit te stellen. Daarin heb ik toegestemd, op dat moment niet beseffend dat er dan geen gelegenheid meer zou zijn om te zien of er feitelijke onjuistheden in de tekst voorkwamen en of de journalist mij goed had begrepen. En dat heeft me opgebroken, want het artikel dat op 7 juni is gepubliceerd loog er niet om: er staan nu passages in die kant noch wal raken.

Bepaalde opmerkingen heb ik natuurlijk wel gemaakt, maar als de interpretatie ervan onjuist is, wordt ook de kern van de mededeling totaal anders dan bedoeld.

Wat bij voorbeeld te denken van de ondertitel: "Toch bleef het dorp arm tot de fruitboer kwam."? Deze geeft een volstrekt verkeerde weergave van de werkelijkheid. Dat grote welvarende boeren eeuwenlang het beeld van Elst bepaalden en anderen in het centrum van dat dorp door eigen ambacht in hun levensonderhoud voorzagen dan wel als arbeider ter beschikking stonden van de eigenaren van bovengenoemde boerderijen, heeft helemaal niets met armoe te maken. Wél hebben we in het interview gesproken over de opkomst van de conservenindustrie in de twintigste eeuw en de gevolgen ervan voor Elst. Dat daardoor de welvaart toenam en dat vooral de tijd na de Tweede Wereldoorlog grote en ingrijpende veranderingen in Elst teweeg bracht, dáár ging het om.

In het laatste deel van het artikel gaat het helemaal mis. Elst was inderdaad een plattelandsgemeente die haar eigen broek wilde ophouden. Dat zal zeker gezegd zijn. Maar dat er tot diep in de twintigste eeuw alleen maar keuterboeren waren, dat Elst nooit een welvarende plaats is geweest, is een interpretatie die ik niet voor mijn rekening wens te nemen. Evenzo vind ik niet dat Elst tot ver in de twintigste eeuw een boerendorp is gebleven.

Tenslotte: er staat dat in het jaar 726 "het dorp werd geschonken aan edelman Werenfried". Hoe verzin ik het toch ... Het ware verhaal is dat in 726 de villa "helisthe" onder de hoede van Willibrord, bisschop van Utrecht, werd gesteld. Deze zond op zijn beurt de monnik Werenfried naar onze streken om deze te kerstenen.

Dat ik ook nog tot twee keer toe in het artikel "Hartkamp" word genoemd, is naar mijn smaak mede indicatie voor een gebrek aan zorgvuldigheid bij de totstandkoming van het artikel. Daarmee doet De Gelderlander zichzelf tekort. Het gevolg is helaas ook, dat het de historische vereniging Marithaime schaadt. En dat vind ik veel erger.

René Hartman, voorzitter Marithaime.