Wordt de Betuwelijn een busbaan zoals de Gelderlander meldde?

Het spoor tussen Elst en Tiel bestaat 125 jaar. De oude Betuwelijn is lang niet de oudste spoorlijn van het land, maar nog wel belangrijk voor de inwoners van de Betuwe.

De tafels in station Elst stonden op 1 november 1892 vol hapjes en drankjes, maar niemand durfde iets te nemen, want de gastheren (B & W van Elst) ontbraken. De notabelen van Elst waren boos en bleven weg bij het buffet ter ere van de opening van de nieuwe spoorlijn naar Tiel. Waarom ze wegbleven is tot op heden nooit achterhaald.

Ten einderaad stapten de hoge heren van de tussenliggende gemeenten, de provincie Gelderland en de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen maar weer in hun rijtuigen en keerden terug naar Tiel. Daar werd het alsnog een feest. Met bals en aubade, vetpottenverlichting aan de huizen en vuurwerk. Eindelijk was Tiel verbonden met de wereld. De fruitteelt en de veilingen waren in opkomst. Maatschappij de Betuwe, van Flipje, exporteerde kersen naar Duitsland Er waren nauwelijks vrachtwagens. Vrijwel alles ging met paard en wagen. De spoorlijn werd de hoofdader voor de Betuwe.

Op initiatief van enkele Dordtse bestuurders werd in 1875 besloten tot aanleg van de Merwede-en Waalspoorweg, van Dordrecht via Geldermalsen naar Tiel.

Uiteindelijk is de Betuwelijn in drie delen opgeleverd: van Elst naar Tiel in 1882, een jaar later van Tiel naar Geldermalsen en Gorinchem en in 1885 van Gorinchem naar Dordrecht. Zo kreeg de Betuwe en ook Elst een directe verbinding met de havens van Rotterdam.

De Betuwelijn splitste zich ten zuiden van Elst bij het stationnetje Vork in een boog naar Elst en een naar Nijmegen. Via deze boog kon het railverkeer vanuit de richting Tiel direct over Nijmegen naar Kranenburg en verder Duistland in geleid worden.

 

Met dank aan Rudie Liebrand.