Deze tekst is een uitgebreide samenvatting van ‘De stichting Rooms katholiek Vereenigingsgebouw’, geschreven door wijlen Jan Derksen.

Honderd jaar geleden, op 26 december 1919, werd het gebouw “Het Centrum” in gebruik genomen. Tevens werd die dag voor notaris Huigens de akte gepasseerd van de stichting Roomsch Katholiek Vereenigingsgebouw. Het Centrum had onder het beheer van de kerk kunnen vallen. Het was echter de wens van initiatiefnemer en stimulator Jan Taminiau (van de conservenfabriek), dat er voor het beheer een stichting kwam. Zijn toelichting: pastoors zijn niet altijd goede financiers. Pastoor Kool kon zich daarmee verenigingen.

 

J.L.L. Taminiau (1876-1961), ereburger van de gemeente Elst.

 

Aan het einde van de negentiende en de eerste decennia van de twintigste eeuw begonnen de katholieken aan een periode van emancipatie. In 1918 eindigde de eerste wereldoorlog en op veel plaatsen in Nederland werd opgeroepen tot radicale vernieuwing .

Het verenigingsleven werd sterk ontwikkeld. Zo ontstonden ook in Elst in die jaren diverse RK verenigingen. Pastoor Kool was de grote animator. De katholieke organisaties vormden zo de katholieke ‘zuil’. Er werd gedacht in termen van ‘wij’ en ‘ons’ en het verschil met anderen werd benadrukt. Anderen; protestanten, socialisten en in mindere mate liberalen, organiseerden zich ook in ‘zuilen’.

Dhr. J.L.L. Taminiau ging op eigen initiatief eens na, welke mogelijkheden er waren om aan een nieuw gebouw te komen. Al die verenigingen hadden ruimte nodig om samen te komen. Het toeval wilde dat hem ter ore kwam, dat midden in Elst het pand van de slagersfamilie Manasse voor f 30.000,- te koop was. Na overleg met de pastoor en mevrouw Van Eijck bereikte Taminau op 11 februari 1918 om 20.15 uur een akkoord en kocht het pand op eigen naam en voor eigen rekening. Het gebouw stond op de hoek van de Dorpstraat en Wagenmakerstraat naast het toenmalig postkantoor en was in 1811 gebouwd door koopman B. Vaalman. Het bouwwerk was een traditioneel dwarshuis met achterhuis. Na afbraak van het achterhuis zou tegen het dwarshuis een grote zaal (350 zitplaatsen met een aflopende vloer) worden gebouwd. Taminiau had vertrouwen en rekende op grootscheepse hulp van zijn medeparochianen. Hij deed iedereen de eer aan om medestichter te worden van het Centrum in wording tegen deelname van minstens f 1000,- in het stichtingskapitaal. In enkele weken kwam f 45.000,- bijeen voor de koopprijs en de kosten van verbouwing en inrichting.

Het eigendom van het Centrum werd op 28 december door Taminau overgedragen aan de stichting, voor wie drie vaste plaatsen moesten worden gereserveerd bij activiteiten. Cornelis Rutten werd de eerste concierge, in 1925 opgevolgd door E. Bosman en in 1941 opgevolgd door G. Zwartkruis.

Na de opening betrokken verenigingen “Het Centrum”, om er een aantal te noemen:

St. Vincentiusvereniging (onderdersteuning van armen) in 1853 opgericht. Standorganisaties van spoor- en trampersoneel ‘St. Rafael’, A.B.T.B: Aartsdiocesane R.K. Boeren- en Tuindersbond, Post- telegraaf- en telefoonpersoneel, Bouwvakarbeidersbond, Bond van steenfabriekarbeiders, Middenstandsvereniging, K.A.B.: Katholieke Arbeiders Bond, RK. werkliedenvereniging St. Jozef. Daarnaast de culturele verenigingen: Toneelvereniging Werken en Weldoen (opgericht in 1905), fanfare St. Hendericus (1913), Spero (1931), Toneelvereniging Vriendenkring (1933), RK Orkestvereniging, St. Vicentiusbibliotheek, de Scouting. Ook andere organisatie waren welkom: Het Wit Gele kruis (1929), Woningbouwvereniging St. Joseph, St. Elisabethvereniging (ondersteuning van behoeftige kraamvrouwen), Mariavereniging (RK Vrouwenbond), Katholieke Sociale Actie, RK Kiesvereniging.

 

"Pastoor Kool in de oude en nieuwe kledij der R. K. Geestelijkheid" (geschreven door J.L.L. Taminiau).
De hoogeerwaarde heer H.M. Kool (1867-1942), pastoor van Elst vanaf 1913, tevens deken van Over-Betuwe vanaf 1928.

 

Omdat er enige onduidelijkheid bestond over de bevoegdheden en de positie van de pastoor ten opzichte van de Raad en het gebouw werd besloten de statuten te wijzigen, dat indien de pastoor van Elst voor wat gebruik der zalen meende te moeten optreden op geloofs- of moreel gebied, zijn optreden beslissend zou zijn, ook zonder machtiging van de Raad. De statutenwijziging is er om welke reden dan ook nooit gekomen.

In 1934 werd een bioscoopinstallatie gekocht, zodat op zondagmiddag de jeugd voor een paar centen naar missiefilms of naar een film met Shirley Temple konden kijken.

Tijdens de oorlogsjaren stond het verenigingsleven op een laag pitje, omdat de Duitse bezetter alle niet-commerciele verenigingen had verboden en ruimte in beslag had genomen voor inkwartiering van soldaten en Russische krijgsgevangenen. De scholen konden gebruik maken van leegstaande lokalen in de zaal. De zaal van het Centrum werd o.a. ook gebruikt als opslagplaats voor radio’s, die moesten worden ingeleverd.

Na terugkeer van de bevolking werd Het Centrum met behulp van katholieke aannemers zo goed en zo kwaad als mogelijk opgeknapt en als kerk ingericht. Gedurende zes jaren werd in Het Centrum gekerkt, gedoopt, getrouwd en begraven, totdat op 14 augustus 1951 op de plaats van de verwoeste kerk en nieuw gebouwde Romaanse Kerk in gebruik kon worden genomen. Al die tijd vonden verenigingen onderdak in het jeugdgebouw, in cafés of andere lokaliteiten.

 

Het Centrum (met vlaggen) in de jaren 50.

 

De tijden waren veranderd, maar men was zich ervan bewust dat er dringend behoefte was aan een goed geëxploiteerd verenigingsgebouw. De K.A.B., een van de grootste gebruikers van Het Centrum, ging tijdens het vorstverlet van de strenge winter 1954-1955 aan de slag om het centrum volledig te vernieuwen, incl. café-restaurant. Onder het toneel was een van buiten af te bereiken bergplaats. In deze ruimte, het zogenaamde keldertje, zocht een aantal ongeorganiseerde jongeren op ongeregelde tijden vermaak. Na enige tijd werd dit door de pastoor verboden. Naar verluidt werden hier ‘verboden dingen’ gedaan.

Een aantal verenigingen van voor 1940 was in de laatste jaren van de oorlog ter ziele gegaan, anderen keerden niet terug, maar bleven samenkomen op hun na-oorlogse plekken.

 

In 1971 kwam er een vraag van het gemeentebestuur of de stichting het gebouw aan haar wilde verkopen ten behoeve van uitbreiding van het gemeentehuis. Uiteindelijk  gebeurde dit in 1974. Pas op zaterdag 10 januari 1981 werd een begin gemaakt met afbraak van de zaal achter Het Centrum. Het voorhuis werd door de gemeente doorverkocht aan prof. J.M. van Rossum, eigenaar van apotheek ‘De Batouwe’. Hij heeft het verbouwd. Alleen het dwarshuis bezit nog zijn oorspronkelijk karakter en is fraai gerestaureerd. In de rechter zijgevel is een sluitsteen aangebracht met de opschrift B.E.V.M.1811: Bartholomeus Egbertus VaalMan 1811. In het interieur bevindt zich nog een oude deur van de neogotische kerk uit 1908.

 

Het begin van de sloop van de zaal van Het Centrum in 1981.

 

De opbrengsten van de verkoop van Het Centrum en later ook van het jeugdhuis aan de Jeugdraad in 1983, inmiddels parochiehuis genoemd met een onderkomen voor Disco Scouting Elst (DSE), bleven ten goede komen aan het doel van de stichting, namelijk ondersteuning van het RK verenigingsleven. Hierbij kwam samenwerking met de stichting ‘Wervershove’. In de statuten werd in 2011 het doel als volgt omschreven: “Het verlenen van materiele hulp, ondersteuning aan instellingen, verenigingen, organisaties en natuurlijke personen in de plaats ELST, alles in de ruimste zin.” Hiermee vervaagde de zuilaire doelstelling van 100 jaar geleden.