Nederland was in 1820 in extreme armoede terechtgekomen. Er was tijdens de Franse tijd een handelsblokkade met Engeland, een schadeloosstelling van 100 miljoen moest worden betaald aan Frankrijk en een bezettingsmacht van 25.000 soldaten moest worden onderhouden. Dagloners en landarbeiders waren afhankelijk van seizoenswerk. Men moest hopen niet ziek te worden, niet alleen vanwege gebrekkig medische zorg, maar omdat men dan niet meer voor zijn gezin kon zorgen.

 

Overgenomen uit het Kringbulletin van de Historische Kring Elden. Geschreven door Peter Tijssen, geboren en getogen in Elden (gemeente Elst), nu emeritus professor virologie in Canada.

 

3. Meikeverplagen

De bevolking werd niet alleen geteisterd door ziektes, ziektes onder vee, als slachtoffers door oorlogsgebeuren en zware economische crises, maar ook door natuurlijke rampen. Een daarvan waren de meikeverplagen, te vergelijken met sprinkhanenplagen tegenwoordig in Afrika. De larven van meikevers, engerlingen, leven doorgaans 2-3 jaar ondergronds en kunnen aanzienlijke schade aanrichten. Deze engerlingen eten gras-, plant- en zelfs zeer fijne boomwortels. De Oeconomische Courant van 1794 schreef:

 “…in het gemelde jaar is dit schadelijk gedierte, in het begin van de maand Mey, in zoo groote menigte aan de avond eensklaps over de rivieren komen vliegen, dat de lucht byna daarvan overdekt was, en een ieder zulks als een wonderbaarlijk verschijnsel met verbazing aanzag terwyl het gebrom en gedruisch zo verschrikkelijk groot was, dat Menschen en Paarden daarvoor bang werden en verscheidene rytuigen, die zich op dat tijdstip op de grooten weg bevonden, een tydlang hebben moeten blyven staan omdat de paarden niet voorwaarts wilden”. 

 

Dit gebeurde weer in de zogenaamde vliegjaren 1797, 1800, 1806, 1807, 1809 en 1812, terwijl de grootste schade in de tussenliggende jaren werd veroorzaakt doordat de engerlingen complete weilanden kaal vraten. Aangenomen werd dat de schade die van overstromingen en veepest overtroffen. Op de vergadering van de Commissie van landbouw op 7 augustus 1810 in Arnhem stelde men: “wanneer om deze allergeduchtse landplaag geene voorzieningen gedaan wierden, vele landlieden geheel en al geruïneerd zouden worden”. 

In 1808 ving men 100 miljoenkevers voor een premie van fl 1600 (5 stuivers per spint= 8.5l). in 1809 werden in een paar dagen 250 miljoen kevers gevangen. Hoge waterstanden en overstromingen doodden ook veel kevers. In de Franse Tijd werd ieder gezin verplicht minstens een zekere hoeveelheid meikevers te vangen.

Het laatste massale optreden van meikevers, voor zover valt na te gaan, was in 1875 in Wageningen. Toen werd ook, voor het eerst een tegenstem gehoord: de Arnhemse Courant ageerde in een hoofdartikel (62.nr.6599,25-06-1875 waarvan hier een gedeelte van het artikel:

Consequent. Ingezonden

“Men schrijft uit Wageningen: in het geheel zijn tot hiertoe gevangen 430 HL meikevers, volgens genomen proef gaan er ruim 450 in een liter, dus in een hectoliter meer dan 45.000, te zamen derhalve ruim 19 miljoen. Aan velen is alzoo de gelegenheid ontnomen om voor vermeerdering hunnen soort te zorgen. Wanner men weet, dat elk wijfje gemiddeld 40 eieren legt, dan kan men zich een denkbeeld vormen, hetgeen het aantal dezer insecten over 4 jaar minder moet zijn dan wanneer men ze ongehinderd had laten rondvliegen. De larven en engerlingen die uit de eitjes ontstaan zouden zijn,-en die 4 jaar in den grond blijven, kunnen nu gedurende dien tijd onze uiterwaarden niet kaal vreten. De commissie alhier, waaronder vooral de heeren dr. Pitsch en dr. Ritsema Bos, leraren van de landbouwschool, verdienen ons aller dank voor hun onvermoeide pogingen ter verdelging dezer diertjes”.


4. Klimaatverandering door vulkanische activiteit 

Een belangrijke natuurramp was de uitbarsting van de Tambora-vulkaan, gelegen in het noordelijke deel van Sumbawa en 4.300 meter hoog. De uitbarsting in 1815 was de grootste van het Holoceem (10.000 jaar geleden tot nu). De explosie was te horen op het eiland Sumatra, meer dan 2000 kilometer verderop. Er ontstonden hevige  vulkanische regens op Borneo, Sulawesi, Java en Maluku-eilanden. De maximale hoogte van 4.300 meter werd verlaagd naar 2.850 meter. De uitbarsting veroorzaakte in de daaropvolgende jaren wereldwijde klimaatafwijkingen. “De jaren zonder zomers” vanwege de impact op het Noord-Amerikaanse en Europese weer. Op het noordelijk halfrond mislukte de oogst en stierf het vee, wat resulteerde in de ergste hongersnood van de eeuw. In de hogere gebieden zoals Beieren, Oosterrijken Zwitserland bevroren alle oogsten, hetgeen tot grote landverhuizingen leidde., vaak naar Amerika. Maar ook in lagere gebieden zoals Nederland hadden de oogsten veel te lijden. Na 1816 werd het slechts langzaam beter. Schilderijen van die jaren (bijvoorbeeld van Waterloo) bevatten vaak roodachtige luchten door de vele zwavel.


5. Overstromingen

In Elden waren er ook overstromingen waarvan die van 1711, 1741 en 1820 prominent waren (zoals aangegeven in vloed- of peilstenen in Binnenpoort 6 te Culemborg).  Voor de bedijking woonde de (kleine) bevolking van de Over-Betuwe op oeverwallen en had weinig last van de overstromingen ten gevolge van de sneeuwdooi of vele regens. Dit rivierwater maakte de Betuwe zelfs vruchtbaar. Overstromingen kwamen vaker voor in de lager gelegen Neder Betuwe. .

De Winter van 1819/1820 was een strenge winter. In januari 1820 was door invallende dooi in Zwitserland en Duitsland het water in de rivieren sterk gaan stijgen. Tegelijk werd het water van de rivieren opgestuwd door een harde noordwesterstorm. Hierdoor vonden er op 23 januari verschillende dijkdoorbraken plaats, waardoor ongeveer 1300 vierkante kilometer van het rivierengebied overstroomde. Veel mensen verloren hierbij het leven. Tot overmaat van ramp begint het na de dijkdoorbraken streng te vriezen. Nadat de dooi was ingevallen kwamen grote massa’s ijsschotsen de rivier afdrijven, die alles op hun weg vernietigden,. Zware bomen welke alle vorige ijsgangen hebben doorstaan werden nu omgeduwd.

Na 1200 nam de waterafvoer toe en beschermden de bewoners zich door de oeverwallen met elkaar te verbinden en dwars- en zijkaden aan te leggen. Bij hoogwater kwam het bezinksel nu in de uiterwaarden en verhoogde de rivierbedding en werd de kans op doorbraak veel groter. Tussen 1200 en 2000 kwam het 45 keer tot een dijkdoorbaak. In de 16e eeuw zelfs 16 keer. 

Deze dijken braken tot 1820 iedere 9 a 10 jaar door, maar dijkbreuken werden minder frequent vooral na het aanleggen van het Pannerdens kanaal in 1707. Een systematische dijkverzwaring kwam pas na 1800 op gang vooral door toedoen van Koning Lodewijk Napoleon die op zijn inspectietocht van Betuws dijken ook Elden bezocht. Er kwam door de dijkwet van de Koning een afschaffing van verplicht onderhoud door particulieren en vervanging daarvan door contributiebetaling ten behoeve van het onderhoud uit een hand. Onderhoudsplicht in natura verdween grotendeels de facto, maar dijkplichtigen moesten naast contributie voor dijkbezanding ook contributie voor dijkafslag betalen. Dijkmagazijnen werden in 1835 overal langs de grote rivieren gebouwd. Er werd materiaal in opgeslagen dat in het geval van een dijkdoorbraak van pas kwam, zoals rijshout, kruiwagens en lantaarns

De overslaggronden, afkomstig van kolken kwamen als een waterdoorlatende zandlaag op en door de klei te liggen en deze grond werd geschikt voor tuinbouw. 

Deze zavelgrond heeft de beste kenmerken van zowel klei als zand en maakt het de ideale grond voor planten. De grond is goed te bewerken, goed water doorlatend en meestal  rijk aan humus .In 1820 stond in de Arnhemsche Courant (25-01-1820) het volgende verslag van een overstroming door het kruien van ijs in Elden en de rest van de Betuwe :

Van de 23 Januari, in de vroege morgen, werden er aken uitgezonden om de menschen en het vee uit de huizen, tegenover de stad, aan de overzijde van de rivier gelegen, welke geheel in het water stonden, naar herwaarts te brengen. Reeds sedert gisteravond heeft het water enige duimen hoog over de Westervoortsche dijk geloopen; doch de dijk zelf heeft  de vloed zoo wel  als de ijskruiing wederstaan. Ook de Nijmeegse dijk tussen Elden en hier staat onder water. 

‘sVoorsmiddags, omstreeks elf uren, worden er te Nijmegen drie kanonschoten gedaan hetgeen het sein is, dat de Waal is begonnen te kruien. Na de middag heeft men enen mand aan de toren te Elden ontdekt, zijnde het teken dat de dijk in gevaar is. Enige tijd daarna heeft men de mand niet meer gezien, maar wel een stok met touwen daaraan hangend, zijnde het teken, dat het gevaar zich verwezenlijkt heeft en van hier kan men ook duidelijk het water aan de overzijde van de Drielsche dijk zien, zodat Elden en Driel enz. onder water zijn gezet. Ten drie uren heeft men van Nijmegen zes kanonschoten gehoord, hetgeen het sein is dat de Waaldijk ergens is doorgebroken. Ook nog van een andere kant heeft men kanonschoten gehoord zonder duidelijk te weten van welke plaats. Tegen de avond heeft zich het gerucht alhier verspreid dat de dijk te Hulshuizen doorgebroken is  en het water hier enigszins beginnen te vallen.

‘s. Namiddags,  twee en half twee uren.  De Drielse Dijk, langs de Boven Rijn, is doorgebroken en daardoor heeft de rivier de Waal zoveel Water ontvangen, dat zij hetzelfde niet heeft kunnen verzwelgen, waarvan het gevolg is geweest, dat de Waaldijk bij Oosterhout onder de hevige stroom is bezweken. Bijna de hele Betuwe en  de Tielerwaard worden overstroomd. Men is ijverig bezig om menschen en vee van Elden naar herwaarts te brengen. Sommige huizen aan deze kant hadden tot het dak water. ’s Avonds te zeven ure. De Rijndijk tussen  Elden en Koeweide is doorgebroken. Er is zeven maal geschoten om dit nieuwe ongeluk aan te kondigen. 

6. Conclusie

Hoe zou de huidige generatie de uitdagingen van 1820 kunnen trotseren?

De gemeenschapszin, het zorgen voor zieken en armen door de kerken en het kunnen accepteren van rampen en tegenspoed is nu veelal verdwenen. Nu voelen mensen zich gerechtigd op het hebben van luxe, de beste medische zorg van wieg tot  graf, vermaak, sport en spelen. Zelfs hier in Canada kwam Nederland in het nieuws omdat zekere lieden zich niet aan de COVID-19 regels wensen te houden (https://www.cbc.ca/news/worldometers.info/coronavirus/)

Nochtans denken velen in Canada, vooral onder leken, in conservatieve prairies en in diepreligieuze kringen, dat men zich kan veroorloven tegen vaccinatie te zijn omdat het merendeel van de bevolking toch gevaccineerd is zonder dat zij zich realiseren dat ze kinderen, ouderen en zwakken wel in gevaar brengen.

Ieder jaar sterven er in Nederland nog velen omdat de immuniteit onder de bevolking te laag is en bijvoorbeeld griepvirussen zich kunnen verspieden.

Het is haast niet voor te stellen hoe verschrikkelijk de epidemieën zouden zijn als de huidige bevolking in 1820 zou leven. 

 

Bronnen: 

Paul Brusse, Overleven door ondernemen. De agrarische geschiedenis van de Over- Betuwe 1650-1850. Proefschrift 1999, afd, Agrarische Geschiedenis, WUR, Groningen.

J.M.G. van der Poel, De landbouw-enquête van 1800, historia Agriculturae II (1954) 45-233.

Bieleman. Boeren in Nederland. Geschiedenis van de Landbouw 1500-2000.Amsterdam:Boom,2008,671 bladzijden. Een schitterend boek.

Our World in Data: // ourworldindate.org/how-rinderpest-was-eradicated

van Esterik, W. en M. Frankenhuiis. Vorstelijk vee. Vier eeuwen Nederlandse veerassen.2002.Busum:Thoyh

Philip Droge, De schaduw van Tambora,2015,352 blz. Uitgeverij Spectrum

J.L. van Zanden, De economische ontwikkeling van de Nederlandse landbouw in de negentiende eeuw,1800-1914, 1985. Vol.25, AAG Bijdragen. Wageningen, afd. Agrarische geschiedenis, Landbouwhogeschool Wageningen.