In 2021 zullen wij u via de nieuwsbrief maandelijks de ontwikkeling van Elst en directe omgeving vanaf begin 19e eeuw tot heden laten zien. Dit doen we door het afbeelden van een kadastrale of topografische kaart voorzien van een toelichting.

We beginnen deze maand met de oudste beschikbare kadastrale kaart uit 1832 en zullen in december afsluiten met een kaart van de huidige situatie. Zo ziet u in een jaar tijd hoe Elst zich de afgelopen twee eeuwen heeft ontwikkeld tot het mooie dorp dat het nu is. Wij wensen daar veel kijk- en leesplezier bij.

Bjorn van Snippenburg
Jan Rouwhorst

Kadastrale minuutplan, 1832

In de Franse Tijd is het Kadaster ingesteld om een gedegen administratie van de grondbelasting te bewerkstelligen. Voor het eerst werd hiertoe het hele land nauwkeurig opgemeten. De kaarten waarop deze 'nulmeting' werd vastgelegd worden de kadastrale minuutplans genoemd. De plan is een ander woord voor de kaart, minuut betekent dat het de eerste plan is. Op de minuutplan zijn alle percelen binnen een (deel van) een sectie van een kadastrale gemeente weergegeven en genummerd. In de administratie van het kadaster is van elk perceel genoteerd wie de eigenaar is, hoe groot het perceel is en wat het landgebruik ervan is. Deze laatste twee factoren bepalen voor een belangrijk deel hoeveel belasting over de grond betaald moet worden.

Kadaster en HisGIS
Het kaartje hierboven is afkomstig van HisGIS. Dit is een project van de Fryske Akademy om alle minuutplans en achterliggende gegevens te digitaliseren. Door op het kaartje te klikken komt u terecht op de website van HisGIS. U kunt dan onder meer percelen aanklikken en de achterliggende gegevens bekijken.

Het kaartje zelf geeft een mooi beeld van hoe Elst er begin 19e eeuw uitzag. Het inmeten van Nederland begon in de Franse Tijd, maar ging door na het vertrek van de Fransen in het Koninkrijk der Nederlanden. Het is dus een van de Franse uitvindingen die men dankbaar over heeft genomen. De inmeting van heel Nederland (met uitzondering van Limburg, onderdeel van de Duitse Bond, dat later volgde) was klaar rond 1830 en het jaar 1832 werd bepaald als ingangsdatum van het kadaster. Dus hoewel de minuutplans in 1832 juridisch geldig werden, zijn ze in de decennia daarvoor opgemeten.

Landgebruik
Op de kaart springen er een aantal zaken uit. Allereerst dat Elst een groen eilandje te midden van grote bruine percelen is. De bruine percelen zijn bouwland (akkers). Rondom het dorp ligt een zone van weilanden, boomgaarden en tuinen. Hier en daar vinden we ook voornamelijk langwerpige percelen met opgaand geboomte, aangeduid als bos. Waarschijnlijk zijn dat zogenaamde boerengeriefhouten, waarin de eigenaar hout kon winnen voor eigen gebruik. Immers, er is nergens anders bos aanwezig rondom Elst dat hiervoor gebruikt kan worden.

Straten
Elst bestond in die tijd (en de daarop volgende eeuw eigenlijk ook nog) uit slechts een klein aantal straten. De kern wordt gevormd door de brede Dorpsstraat die naar het westen overgaat in de Valburgseweg, naar het zuiden in de Willemsstraat, naar het zuidoosten in de Stationsstraat, naar het oosten in het Aamsepad, naar het noordoosten in de Rijksweg en naar het noorden in de Grote Molenstraat. Verder herkennen we nog de twee driehoeken die gevormd worden door de Smitsstraat en de Vlasstee, de Kleine Molenstraat, de Hollanderbroeksestraat, de Wuurde (of Wuurdestraat), het Galgepad, nog net het begin van de Groenestraat en de Aamsestraat.

Dorpsstructuur
De Grift (langs de huidige Rijksweg) is de oudste trekvaart van ons land en begin 17e eeuw gegraven tussen Arnhem en Nijmegen. De Grift doorsnijdt de oude dorpsstructuur van Elst. De oudste kern van Elst is gelegen rond het hoogstgelegen en breedste deel van de Dorpsstraat. Dit gebied wordt aan de oost- en westzijde begrensd door landgoederen, respectievelijk de Eshof en Kostverloren. Beide landgoederen bestaan uit een (deels) omgracht terrein. Langs het brede deel van de Dorpsstraat zien we ook dat de meeste gebouwen staan, bijna zonder uitzondering naast elkaar. Langs de rest van de wegen zijn er overal open plekken tussen de bebouwing, maar hier niet. De percelen waarop deze huizen staan zijn ook kleiner dan elders. Het is echt een dorpskern. Deze kern herkennen we nu nog aan de breedte van de Dorpsstraat en de hoogteligging; zodra je voorbij de Wagenmakersstraat bent, gaat de weg omlaag. Ook de Grote Molenstraat, Korte Kerkstraat, Wagenmakersstraat en het pad naar het Land van Tap maken duidelijk dat deze oude dorpskern veel hoger ligt dan de rest.

Aan de noordkant wordt deze dorpskern begrensd door een weg, die ongeveer het tracé van de Prinses Irenestraat en Sint Maartensstraat of Chopinstraat volgt. Aan de Grote Molenstraat staat tegenwoordig naast Onder de Toren een pand schuin aan de huidige weg; dit is ooit gebouwd in de bocht van de weg langs de noordrand van het dorp. De weg vanuit Driel sloot aan op deze weg en liep niet rechtstreeks naar de Dorpsstraat zoals nu het geval is.
Aan de zuidrand van de dorpskern is geen weg aanwezig. Hier wordt de rand gemarkeerd door een bosrand. De Wagenmakersstraat loopt in een bocht naar deze rand toe en ontsluit het huisje dat net buiten de rand staat. 

Dat de Grift de dorpsstructuur doorsnijdt zien we ook in het verloop van de wegen. Het Aamsepad ligt duidelijk in het verlengde van de (Verlengde) Dorpsstraat en de Stationsstraat in het verlengde van de Korte Dorpsstraat.
De Willemsstraat volgde na de plassen ongeveer de loop van de huidige Greveslag en sluit daar aan op de huidige Rijksweg. De Groenestraat ligt in het verlengde hiervan; de weg zal hier vroeger gewoon rechtdoor gelopen hebben.

Waterplassen
Naast de zo-even genoemde plassen langs de Willemsstraat zijn er ook plassen te zien aan de noordkant van het huidige Werenfriedplein, vroeger Willemsplein geheten. Vermoedelijk gaat het hier om plassen waar zand is gewonnen. De plassen langs de Willemsstraat bestonden nog tot in de 20e eeuw. Daarvan is bekend dat ze door de conservenfabriek van Taminiau gebruikt werden voor het dumpen van kersenpitten. Bij de aanleg van de Lange Dreef kwamen dikke lagen kersenpitten tevoorschijn, die verwijderd moesten worden om een goede fundering voor de weg te kunnen aanleggen.

Zuiling
Behalve de organische structuur van de oude dorpskern met aangrenzende wegen, is er een gekke rechthoekige structuur te zien ten westen van de Vlasstee. Dit is de Zuiling. Via het Zuilingsepad (niet op de kaart ingetekend omdat het te smal was) sloot dit aan op de Vlasstee. De Zuiling is de eerste geplande dorpsuitbreiding van Elst. Ze is aangelegd aan het begin van de 19e eeuw als zogenaamde 'volksplanting'. In Elst was een tekort aan protestantse landarbeiders en dus zijn die van elders gehaald. Ze zijn gehuisvest in de nieuw aangelegde Zuiling. Dit tekort hield mogelijk verband met de katholieke emancipatie in deze periode en het feit dat de herenboeren haast zonder uitzondering protestant waren.

En zo valt er nog veel meer te vertellen over zo'n kaart. Klik op de kaart en ontdek zelf via HisGIS meer.