Tijd voor een nieuwe kaart in de reeks oude kaarten, waarmee we de geschiedenis van Elst in de laatste twee eeuwen verkennen. Ditmaal de topografische kaart van 1957.

De vorige keer bekeken we topografische kaart van 1903. Die zag er zo uit.

Topografische kaart 1903

 

Topografische kaart, 1957

Topografische kaart 1957

We maken even een flinke sprong in de tijd, ruim een halve eeuw. In die periode is er een hoop gebeurd. Met name de bedrijvigheid groeide en mede daardoor ook de bevolking. Natuurlijk heeft de Tweede Wereldoorlog veel teweeg gebracht, maar voor de ruimtelijke structuur van het dorp bleef die invloed beperkt. Wel is er in het wederopbouwplan gekozen voor een heldere vorming van een dorpscentrum. Op de kaart die we nu bekijken is de invloed daarvan nog beperkt. De wederopbouw werd afgesloten in het jaar van uitgave van deze kaart. Toch zien we dat niet alle zaken die tijdens de wederopbouw zijn uitgevoerd, zichtbaar zijn op de kaart. Hierover later meer.

Bedrijvigheid
In 1903 was er rondom het station een aanzet te zien van de bedrijvigheid die zou volgen. Op de voorliggende kaart is het hele stationsgebied volgebouwd. In het midden staat het station met aan de overkant van de spoorlijn het grote emplacement. Aan weerskanten van het station liggen gebouwen van het complex van TEO (Taminau Elst OverBetuwe), dat sinds 1901 in Elst gevestigd is. In 1958 zou het worden overgenomen door Heinz. Ook de VVOB (Veiling Vereniging Over Betuwe) bevindt zich in het complex rond het station. Op andere plekken in het dorp is de ontwikkeling van de land- en tuinbouw ook zichtbaar. Het aantal boomgaarden (weergegeven als een patroon van stipjes) is sterk toegenomen en op verschillende plaatsen zijn kassen te zien (weergegeven als smalle rode lijntjes dicht naast elkaar), bijvoobreeld bij de Bemmelseweg en Groenestraat, Aamsestaat, Vlasstee en aan de noordkant van het dorp langs de Grote Molenstraat.

Het complex van TEO in 1940 (collectie Marithaime)

Rijksweg A52
Al voor de oorlog, in 1936 kwamen de bruggen over de Rijn bij Arnhem en Waal bij Nijmegen gereed, als onderdeel van het rijkswegenplan 1932. De belangrijkste verbinding tussen beide steden liep over de oude Griftdijk, via Elden langs Elst naar Lent. Omdat deze weg onderdeel van het rijkswegenplan was als Rijksweg 52, heet deze weg in Elst nog altijd de Rijksweg. Het rijkswegenplan 1938 voorzag in een nieuw type weg, de autosnelweg. Ook tussen de bruggen van Arnhem en Nijmegen moest zo'n weg komen. De aanleg begon in 1941, maar kwam later in de oorlog stil te liggen. Uiteindelijk kwam de weg in 1946 gereed met één rijbaan. Dit was voortaan de Rijksweg 52. In 1951 werden de viaducten in Elst aangelegd, waarna de weg verbreed werd en sinds 1952 op volledige breedte in gebruik is. De kaart laat van zuid naar noord de Mermse Brug, Breedlerse Brug en simpelweg Viaduct zien over de autosnelweg. Een afrit in Elst was er niet, die zou nog een paar decennia op zich laten wachten. Waarom zou je immers die autosnelweg op willen, als je over de oude Rijksweg evengoed naar de stad kunt rijden? En afgezien van TEO en de VVOB is er in Elst toch haast niets te doen.

Direct ten westen van de snelweg geeft de kaart een dijklichaam weer, herkenbaar aan de zwarte streepjes. Dit is de Defensiedijk. De naam verraadt al dat de dijk met de landsverdediging te maken heeft, al is dat altijd een publiek geheim geweest. De dijk was (hij is over een deel afgegraven) onderdeel van de IJssellinie. Bij inwerkingstelling van deze naoorlogse en meest oostelijke waterlinie zouden de Rijn en de Waal afgedamd worden door er grote betonnen caissons in te laten zakken. Al het rivierwater moest nu door de IJssel, die dat niet aan kon en overstroomde. De ontstane watervlakte moest de vanuit het oosten komende vijand keren. Zwakste schakel in dit geheel was de Betuwe. Wat als de bandijk tussen Elden en Bemmel (waar de afdammingen plaats zouden vinden) het begaf? Al het rivierwater zou via de lage Betuwe een weg naar het westen zoeken, en de IJssellinie zou leeglopen. Om dit te voorkomen werd er tussen Elden en Lent een grote dijk aangelegd, die bij een dijkdoorbraak moest voorkomen dat de IJssellinie leeg liep: de Defensiedijk. Er was echter nog één probleem: de Linge (in de rechter bovenhoek van het kaartje). Deze stroomt van Doornenburg westwaarts. Als de Defensiedijk deze permanent zou afdammen, zou de oostelijke Over-Betuwe niet meer kunnen afwateren, met alle gevolgen van dien. Maar een permanente opening in de Defensiedijk, zou de hele functie van die dijk teniet doen. Er werd gekozen om de Linge via een betonnen bak onder de Defensiedijk door te leiden. Bij de uitgang van die bak bevindt zich een stuw, waarmee de hele bak afgesloten kan worden. Ook de ingang kon dichtgemaakt worden. Zo was de Defensiedijk toch te gebruiken. Deze betonnen constructie is nog altijd aanwezig.
Voor de aanleg van de Defensiedijk was veel grond nodig. Deze werd ter plekke gewonnen, waardoor een grote plas ontstond. De is de de Aamse Plas gaan heten.

“Waar de Linge de nieuwe dijk Elden-Lent passeert. Links op de achtergrond komt de
verruimde Linge aanstromen. Op de voorgrond ontwaart men duidelijk de vier doorlaatkokers,
waarvan de twee middelste bestemd zijn voor de Linge zelf en de twee buitenste voor de
zijwatergangen, die nog vóór de dijk kunstmatig naar de centrale doorlaat zijn gebracht.
Foto genomen vanaf de nieuwe dijk naar het Oosten. Tussen de directiekeet en de nieuwe
Linge op de achtergrond ziet men nog juist een gedeelte van de autosnelweg.”

(foto en onderschrift uit een onbekende krant van 14 juni 1952 (RAR, tg. 1091, inv. 2079))

 

Zwembad
Na de oorlog kwam er ook behoefte aan een zwembad in Elst. In 1950 kwam zwembad De Pas aan de zuidkant van Elst gereed die op 3 september van dat jaar geopend werd. Het was een zogenaamd natuurbad: gegraven baden met merendeel natuurlijke oevers en gevoed door grondwater. Geen betegelde zwembaden met chloorwater dus. Het zwembad was alleen geopend tussen 15 mei en 15 september. Er was een gebouw met kleedruimtes en een kantine met daarvoor twee baden; een voor jongens en een voor meisjes. Want net als op school moesten deze twee absoluut gescheiden worden. Op het zwembad gebeurde dat door een heg, van maar liefst 50 centimeter hoog. Kijken mocht dus schijnbaar wel.

Zwembad De Pas in de jaren 50. Tussen de beide baden is het heggetje zichtbaar
dat de jongens van de meisjes scheidde. Rechts op de achtergrond de kerktoren.
(collectie Marithaime)

 

Dorpsuitbreiding
Meest opvallend op de kaart van 1957 is de grote dorpsuitbreiding ten noorden van het oude dorp. De omvang van Elst lijkt wel te zijn verdubbeld. De aanleg van deze eerste grootschalige nieuwbouwwijk begon al voor de oorlog, maar kwam toen stil te liggen. De eerste woningen die gebouwd werden, waren die aan de Prins Hendrikstraat, het noordelijk deel van de Koningin Emmastraat en de Prinses Beatrixstraat, ter hoogte van het parkje. Na de oorlog werd de rest van de wijk gebouwd. Toen is de wijk ook uitgebreid met het noordelijk deel van de Prinses Beatrixstraat, Koningin Wilhelminastraat en Prinses Marijkestraat en Prinses Margrietstraat. In deze laatste straten vonden veel Elstenaren die hun huis in de oorlog waren verloren een thuis, na een verblijf in noodwoningen in de eerste jaren na de oorlog.

De nieuwbouwwijk gezien vanaf de hoek van de Koningin Julianastraat en de Grote Molenstraat.
(collectie Marithaime)

 

Er is vast nog veel meer over deze kaart te vertellen. Maar het is veel leuker om zelf de kaart te gaan ontdekken. Klik op het kaartje hierboven om de grote versie te bekijken. Kijk vooral ook naar de veranderingen in het dorp zelf, zoals veranderingen in de bebouwing en de wegenstructuur.