Lezing door Dr. Matthijs Somford over de medische zorg bij Market Garden.
Op dinsdag 7 juli 2026 hield Dr. Matthijs Somford een lezing in het Wapen over de medische kant van de slag bij Arnhem. Matthijs is orthopedisch chirurg in het Rijnstate ziekenhuis en heeft vandaaruit een passie ontwikkeld voor dit onderwerp.
Hij hield zijn lezing aan de hand van het oorspronkelijke medische plan van de Britten en de uiteindelijke uitvoering daarvan bij Oosterbeek en Arnhem. Verder maakt hij gebuikt van een aantal persoonlijke verhalen en voorbeelden van gebruikte voorwerpen.
Vanaf het begin van de oorlog waren alle ziekenhuizen e.d. gemerkt met een rood kruis zodat ze herkenbaar waren. De Duitse bezetter stelde een artsenkamer in, die de huisartsen regels oplegden. Hiertegen kwamen veel artsen in verzet. Een aantal artsen werd opgepakt en naar kamp Amersfoort gebracht, waarna veel artsen onderdoken.
Matthijs geeft een korte uiteenzetting over Market Garden. Bij die operatie werd uiteraard rekening gehouden met slachtoffers. Men ging uit van verplaatsbare ziekenhuizen, in tenten. Men gebruikte een aandachtspuntenchequelist om de ernst van de verwonding te bepalen en te besluiten of tot operatie moest worden overgegaan.
Bij de landing van het 1e Airborn waren 3 field ambulance hospitals. Zij zouden alle drie aan een ander ziekenhuis gekoppeld worden. De drie grote problemen die er speelden, waren: welke spullen neem je mee?, Hoe regel je het vervoer? En wanneer opereer je?
Een hospik had heel veel met zich mee te dragen aan materialen en verbanden, maar vooral ook water en een bijzonder soort spalk die uit gaas bestond en ter plekke gemaakt werd. Er waren veel bovenbeenbreuken en zo werden veel ledematen en levens gered.
Ook in de weefvliegtuigen zaten veel materialen en er waren aparte “supply drops”.
Het vervoer van de gewonden ging met jeeps, die wel drie brancards tegelijk konden vervoeren. Per eenheid waren er 2 chirurgische teams die ieder 12 uur op en af werkten.
Tot zo ver het plan, de uitvoering verliep evenwel anders.
De eerste dag, 17 september, waren bij de landing nog weinig gewonden. Op 18 december begonnen de Duitsers blokkades op te werpen, waardoor het plan in duigen viel. De bedoeling was om de gewonden van het strijdtoneel af te voeren, maar dat kon nu niet meer en ze moesten richting Oosterbeek waar juist gevochten werd. Het was chaos tot de 25e. Er werden onderkomens geïmproviseerd in Schoonoord en Vreewijk. Ook hotel Tafelberg werd ingericht als noodhospitaal.
In de pauze tijdens de lezing trokken de meegenomen materialen veel bekijks.
Bij de brug over de Rijn richtte men het voormalige gemeenteziekenhuis als eerstehulppost in. Hier waren geen gekwalificeerde medici aanwezig. In zo’n hulppost mochten geen wapens aanwezig zijn, want dan was het geen officieel Rode Kruisgebouw meer!
Van 19 tot 21 september probeerden de Britten de brug te bereiken. Toen dit niet lukte, trok men zich terug op Oosterbeek. Het Elizabeth Gasthuis wordt door de Duitsers bezet. De Engelse medici blijven er werken.
Op 23 september wordt rond de kruising bij Vreewijk en Schoonoord zwaar gevochten. Er volgt een wapenstilstand. Er zijn veel zwaargewonden.
Op 25 september trekken troepen zich terug over de Rijn. Het medische personeel blijft op de locaties. Op 26 september worden de gewonden en het medisch personeel door de Duitsers naar Apeldoorn afgevoerd.
Persoonlijke verhalen
Stuart Mawson gaat bij burgers vragen of gewonden daar mogen blijven. Hij heeft geen goede zaag om te amputeren en als dat toch moet gebeuren gebruikt hij een ontsnappingszaag (een zaagje wat aan de binnenkant van een jack genaaid zit) om dit toch te doen.
Eise Jongsma, een huisarts die net terug was uit strafkamp Amersfoort, verricht zelfs een amputatie met een houtzaag.
Lippman “Lippy” Kessel werkt in het El. Gasthuis tot 13 oktober, verricht 96 operaties, wordt daarna door de Duitsers naar Apeldoorn gebracht, ontsnapt, komt via de Biesbosch weer bij het leger en trekt naar Dachau. Hij wordt orthopedisch chirurg, vindt allerlei hulpstukken uit, ontmoet Yoeri Gagarin en ligt op zijn verzoek in Oosterbeek begraven (1985).
Er zijn veel vragen uit het publiek. Tegen 22.00 uur sluit onze spreker af en krijgt een verdiend warm applaus voor zijn mooie en boeiende lezing.
Tot slot doet Matthijs een oproep aan ons om in september in Oosterbeek de tentoonstelling “Airborn Fieldhospital” te gaan bekijken.


